Een airconditioner is een warmtepomp die de lucht kan koelen. De warmte wordt naar buiten gebracht en via het buitendeel aan de lucht afgegeven. Airco’s kunnen zowel voor koeling als verwarming worden toegepast.

Een airco bestaat uit een binnendeel dat de lucht verwarmt of koelt en een buitendeel dat energie uit de buitenlucht haalt. Het binnendeel bevindt zich in of in de directe nabijheid van de ruimte. Een buitendeel kan aan een of meerdere binnendelen gekoppeld zijn.

Koelvermogen
Met een airco (of koudwatermaker) wordt met het warmtepompprincipe actief een lage temperatuur gemaakt. Daarbij wordt een compressor gebruikt die elektrische energie nodig heeft. Omdat men bij actieve koeling niet afhankelijk is van de buitentemperatuur en met een lage afgifte gewerkt kan worden, is het koelvermogen vele malen groter dan bij passieve koeling.  

Veel energie
Het actief koelen van ruimtes vergt veel energie daarom is een goede isolatie en zonwering van groot belang. Ter uitvoering van het energielabel voor airconditioners zijn er criteria gesteld aan elektrisch verbruik. Een apparaat met een A-label is het zuinigst met energie, een G-label-apparaat het minst zuinig.

Een airco staat gemiddeld vijftig dagen per jaar tien uur lang aan (vijfhonderd uur per jaar), zodat een energiezuinige A-label airco zich al snel terugverdient.